donderdag 17 mei 2018

Zeekomkommer zingt schipperslied

Vandaag ben ik een koraalbank, een sirene
een deinend zeeskelet.

Mijn haren vuilwit schuim dat zich vasthecht
aan zwerfplastic, het hoofd vol radiostemmen
uit een onbemande boot.

Door mijn tenen wegschietende visjes met namen
als haakneuzen, prikkend en poerend in zeevloeren
van potvishuid. Potvispootjes.

Misschien ben ik dood.

Potvissen hebben geen pootjes, zegt de zeekomkommer
aan de wand.

Waarom niet, vraag ik. De zeekomkommer antwoordt
dat hij dit niet weet. Wel dat sommige mensen
verjaardagsslingers in een kamer zijn, hand in hand, hoera!

En dat hij moe wordt van de mensen in dit huis
elke dag dat zingen, lachen, doden, eten, huilen
en weet hij veel wat liefde nog meer liefde maakt.

Schurende pokken misschien, vanaf potvishuid de zon boven
je hoofd door het wateroppervlak heen zien schijnen, misschien.

Over duinen klimmen, achter elke heuvel een nieuwe pan,
een nieuwe golf, komkommer, snik.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten