woensdag 24 juli 2013

JG belt UPC

UPC: Gefeliciteerd mevrouw JG, met uw Mediabox!
JG: Danku, danku, ik ben er ook blij mee, maar sommige dingen werken niet.
UPC: Oh, dat is vervelend. Welke dingen, als ik vragen mag?
JG: Dat mag. De menuknop doet het niet. Programma gemist niet. En de radio niet.
UPC: Oh, die klacht ken ik nog niet. Nee, dit is mij erg onbekend. Goh. Jemig. Nou.
Dat is erg vervelend voor u. Ik stuur een monteur. Deze komt morgen tussen acht en één.
JG: Kunt u iets speciefieker zijn?
UPC: Zeker, u krijgt een sms met het precieze tijdstip.

Die middag een sms: Welkom mevrouw JG. Uw monteur staat voor morgen gepland
tussen acht en één. Die avond: Welkom mevrouw JG, uw monteur staat voor morgen
gepland tussen acht en één. Dan in de mail: Welkom mevrouw JG, uw monteur staat
voor morgen gepland tussen acht en één.

Ik ga voor de zekerheid maar vroeg naar bed. De volgende ochtend per sms: Welkom 
mevrouw JG, uw monteur....
   
Als ik om acht uur met een duffe kop en in een te kort ponnetje op de bank zit gaat de bel.
Een meneer in een smetteloos wit hemd staat voor het raam te lachen. Op zijn borst prijkt
een blauwe lotusbloem. Ik doe schuchter open, wijs hem de weg en vertel wat er mis is
Hij zegt dat dit een overbekend probleem is. Ik ben bang dat ie mijn onderbroek kan zien 
en zeg dat ik mij even om ga kleden. De monteur antwoordt ‘okidoki’ alsof hij hier al jaren 
woont, wij zes kinderen hebben en straks vlees gaan inslaan bij de Aldi voor de buurtbbq 
die avond. Vanuit de badkamer hoor ik hem klusgeluiden maken. Goh, leuk, een man in huis. 
Die klusjes doet. Gezellig. Zal ik vragen of ie koffie wil? Als ik beneden kom kijkt hij 
goedkeurend en gaat weer verder met installeren. De monteur ‘neemt’ ook gelijk de rest van  
de bekabeling mee en ik krijg een speciaal kastje tegen bliksemgevaar. Hij kijkt me aan alsof hij 
verwacht dat er elk moment een bolbliksem uit mijn hoofd kan komen. Het zweet breekt me uit. 
Ik besluit in de tuin te gaan klungelen terwijl de UPC-man in de kamer bezig is mij te 
beschermen tegen het gevaarlijke witte licht. Ik voel me innig tevreden, ga nog net niet spinnen. 
Af en toe roept hij wat vanuit de kamer naar buiten en dan roep ik wat terug. Het is net echt.

Als alles het weer doet is breng ik hem bijna teleurgesteld naar de deur. Daar draait ie zich nog  
één keer om. Als een man die op het punt staat je voorgoed te verlaten, maar ineens twijfelt. 
Zijn hersens kraken. Ach, misschien zien we elkaar binnenkort weer, zegt hij zacht. Ja, 
antwoord ik, wie weet slaat de bliksem in. Precies, zegt de monteur, je weet die dingen nooit.  
Nee, antwoord ik, je weet die dingen nooit. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten