woensdag 26 maart 2014

Zingen in een doos (een raar verhaal)

Mijn oma kon prachtig zingen. Wacht, ik had net bedacht dat ik het niet over mijn oma wil hebben. Ik heb namelijk zojuist mijn haren gewassen en het is raar, maar met een frisgewassen hoofd voel ik mij altijd zo kwetsbaar. Alsof iedereen de binnenkant van mijn hersens kan zien. Of dat het heel vroeg in de ochtend is, en je bent op de hei en er lopen vlakbij allemaal kleine hertjes. De hertjes hebben vlekken op hun vacht die, als je er op drukt, een liedje tevoorschijn toveren. Als je ook maar het minste geluid maakt rennen de minihertjes weg met hun zacht verende hertenvoetkussentjes. De lucht om je heen is nog scherp van de nacht. Het is een comfortabele lucht, juist omdat hij dat niet is en je zit ijzig stil. Dat kan je, dat weet je, al voelt het niet fijn. Want straks komt er een streepje zonneschijn en die vermengt zich met de scherpe lucht waardoor deze zachter wordt. En zachte lucht is lekker, maar ook eng.

Mijn oma zong liefst hartverscheurende liedjes. Over meisjes die verhongerden in kelders, op reis gingen en nooit terugkwamen, over dieren die omkwamen in vuren en bevingen. Ook zei ze wel eens dat ze de wereldbol in de lucht zag, met de handen van Jezus er beschermend omheen gevouwen. Ik had heilig ontzag voor mijn oma. Mijn oma had weet van alles dat achter het voorhang van de wolken hing. Zoals in gezang driehonderd. Voor normale mensen was zij waarschijnlijk een raar mens met een overontwikkeld gevoel voor drama, maar daar doe je toch niks aan, aan normale mensen. Normale mensen hebben iets wanhopigs. Ze lopen meestal recht vooruit en als ze al eens achteruit lopen is dit omdat het van een of andere training moet. Dat zo’n zelfverklaarde ‘begeleider in raarte’ zegt dat de mensen raar moeten doen omdat dit goed voor ze is. ‘Out of the box’ noemen ze dat dan. Maar pas als je weet hoe de doos van binnenuit ruikt, proeft, klinkt en je hem midden in de nacht bent tegengekomen, terwijl je alleen was en de stippeltjes in het karton mondjes werden die fluisterden dat onder je huid triljoenen bleke octopuseitjes trilden, waarna de mondjes armen werden die graaiden naar je haar, je meetrokken naar de bodemloze doosdiepten, nou ja, misschien dat je dan...

Raar doen vanuit normale toestand telt gewoon niet. Dan zou iedereen zomaar raar kunnen zijn. Raarte is net zoiets als hoogbegaafdheid. Het gaat waarschijnlijk maar om twee procent van de bevolking. Als je een raar mens tegenkomt mag je jezelf gelukkig prijzen. Dan heb je een leuke dag. Rare mensen komen altijd onverwacht uit de hoek en ze hebben overal een mening over. Vraag maar eens aan een raar persoon wat hij van de opwarming van de aarde vindt. Hij zal hoogstwaarschijnlijk met schapen aankomen die trillingen opvangen in hun vacht en ze vervolgens omzetten in een soort van energie waar fabrieken op kunnen lopen. Fabrieken die poppenarmen en benen maken die door ons mensen in de grond moeten worden begraven om de zandgeesten een lichaam te schenken, die ze naar eigen inzicht in elkaar kunnen zetten. En dat de dag zal komen dat die allemaal uit de grond kruipen, in de meest vreemde gedaantes, maar dat we daar niet bang voor hoeven te zijn omdat het bij de loop der dingen hoort. Hij zal roepen dat we sukkels zijn omdat we daar geen aandacht aan besteden. Om vervolgens te vragen of je een euro voor hem hebt. Want rare mensen zijn altijd arm, natuurlijk.

Zelf kan ik trouwens ook heel zielig zingen. Als ik een goede dag had kreeg ik mijn kinderen er vroeger flink mee mee aan het huilen.

(Gezang 300, tweede couplet:  
Scheurt het voorhang van de wolken, wordt uw aangezicht onthuld, vaart de tijding door de volken dat Gij alles richten zult:Heer, dan is de dood verzwolgen, want de schriften zijn vervuld.)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten