donderdag 15 mei 2014

Oeglieheim

De telefoon gaat. Een mevrouw vraagt of ik de collectebussen uit wil delen dit jaar. Voor de nierstichting. Ik vraag aan de mevrouw hoe zij aan mijn nummer komt, ik sta immers in het ‘bel-me-niet-register’. ‘U staat gewoon in het telefoonboek hoor,’ zegt de mevrouw voor de nieren.

Ik zeg dat ik nergens van weet en of zij vaker mensen uit het telefoonboek belt met deze vraag. De mevrouw beaamt dit en hangt op. Ik voel mij een beetje raar. Alsof ik niet besta. Waarschijnlijk heb ik nooit bestaan en verander ik over twee seconden in een déjà vu. Hoe zou ik dat vinden? Zou dat heel erg zijn? Murakami, denk ik hardop, 1Q84, en word boos op mezelf. Dat is toch geen antwoord, mopper ik. Jij met je Murakami altijd.

Meneer K leest op dit moment 1Q84, van Murakami. Zijn telefoonboek, noemt hij het. Ik kan niet wachten tot hij bij de pop van lucht is. Ik mag graag denken dat de binnenkanten van onze hoofden elkaar dan nog dichter zullen raken.

Mijn dochter komt binnen en zegt dat zij eindelijk de wind snapt. En of ik een wereldbol heb. Nee, die heb ik niet. Wel een decoratieve boekensteunwereldbol, is dat ook goed? Ja. Ze pakt de bol uit mijn boekenkast en een krijtje, draait het ding als een dolle in het rond en tekent schuine zwaaierzwieplijnen dwars over mijn mooie decoratiebol. Ik zeg dat de bol antiek is, hoor. Dochter doet net of ze niets hoort en zwiert linksom, rechtsom. ‘Zo, nu snap jij de wind ook,’ meldt ze droog. Buiten valt het oppaskind van de buurman plat op de stoep. Alsof er een sirene afgaat. Als mijn dochter vroeger viel stond zij zwijgend op, keek eerst om zich heen of iemand iets gezien had, veegde dan kalm het zand van haar knie en ging verder waar zij mee bezig was.

Laatst vond ik in mijn laptop een stukje dat ik over haar schreef, jaren geleden alweer. Echt en heus gebeurd. ‘Voor maf kind’ heet het.

Scène: Kind ligt op de grond en beweegt spastisch met armen en benen terwijl het piepende geluiden maakt. Kind: ‘Ik doe een hyperventilerende driewieler met een oeglieheim op de y na.’
Dit alles met een strak gezicht in de camera. Dan vertelt ze over school. Ze had een tekening gemaakt, ‘Hamerhond met schuimbek’ hetgeen ze van de juf moest veranderen in ‘Hamerhond met schuim om de mond’ omdat dat netter was. Ze is soms erg boos op de wereld. Punt. Dat zegt ze niet hardop. Wel dat ze haar haren signaalrood wil verven, maar dat is hetzelfde.

Ik denk na over mijn dochter. Uit welk wonderlijk diepzeeaquarium zij woorden als ‘oeglieheim’ opdiept. Inmiddels is zij jaren ouder en doet op dit moment eindexamen HAVO. Hamerhond heb ik nooit meer gezien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten