dinsdag 26 mei 2015

De strijd om het vrije woord behoeft dappere verdedigers (of, het falen van PEN)

Schreef voor HP/DeTijd deze week een stuk over het falen van PEN.

Onlangs laaide het debat over de terugtrekking van schrijversvereniging PEN Nederland uit de organisatie van het Festival van het Vrije Woord – dat 2 mei 2015 plaatsvond – weer op.

Alhoewel, debat is een groot woord. De Nederlandse afdeling van International PEN – de waakhond van de vrijheid van meningsuiting – doet namelijk sinds het debacle haar uiterste best om zich op de vlakte te houden, tot frustratie van enkele opgestapte PEN-(bestuurs)leden die het niet eens zijn met de terugtrekking uit het festival en sindsdien via de media hun onvrede uiten.

Zo verscheen er zaterdag in de Volkskrant een openhartig artikel van Maartje Duin, die uit het bestuur stapte naar aanleiding van de kwestie. Op diezelfde dag werd een petitie in het leven geroepen door opgestapte PEN-leden en schrijvers/dichters Bart FM Droog en Elly de Waard, die tevens samen een onderzoek startten naar de gang van zaken. Zij eisen dat het bestuur van PEN aftreedt.

Na de aanslagen in Kopenhagen en op de redactie van Charlie Hebdo, bleek Westergaards komst ineens niet meer zo handig.
Wat is er precies aan de hand?

Op 2 mei jongstleden vond in De Balie te Amsterdam het Festival van het Vrije Woord plaats. Kurt Westergaard, een Deense cartoonist die alweer twee jaar op de dodenlijst van moslim-extremisten staat, was hoofdspreker. Dapper, vond ik. Ik probeerde me voor te stellen hoe het moest voelen om 24/7 een wandelend doelwit te zijn. De moed die het vereist om lezingen te geven terwijl de bedreigingen je om de oren vliegen moet groot zijn.

Ik kan mij daar weinig bij voorstellen. Zelf word ik ‘slechts’ af en toe in mails bedreigd naar aanleiding van mijn columns. Meestal moet ik oprotten naar Turkije, soms ben ik een Allahhoer, vaak een kutwijf en heel soms moet ik dood. Dat glijdt van me af als water van een eend. Behalve die keer dat ze mijn geliefden erbij betrokken, nadat ik schreef over Charlie Hebdo. Toen sliep ik even iets minder goed. Toch zal ik nooit overwegen om de toon van mijn columns aan te passen. Niet dat ik daarmee een held ben. Je zou het ook gewoon stom kunnen noemen. En nogal makkelijk trouwens, in een land als Nederland.

Muziek zwelt aan…

Gelukkig zijn er organisaties die het Vrije Woord beschermen, dacht ik ontroerd. Die opkomen voor mensen die wél serieus bedreigd worden vanwege hun mening. Schrijversvereniging PEN is zo’n organisatie.

Bzjjjjt. Terugspoelen.

Wás zo’n organisatie, moet ik zeggen. Want naarmate de terreurdreiging in de westerse wereld toeneemt, en er zowaar doden vallen, blijkt het vrije woord (en de verdediging daarvan) ineens niet meer zo vanzelfsprekend. Het begon in Amerika, in april. Zes schrijvers en tevens PEN-leden weigerden de Freedom of Expression Award uit te reiken aan de redactie van Charlie Hebdo. Hebdo zou onder andere ‘cultureel onverdraagzaam’ zijn.
“Pussies”, sneerde publicist Salman Rushdie op Twitter over de weigeraars.

‘Pussies’ heb je overal. Zo trok het PEN-bestuur Nederland zich terug uit de organisatie van Festival het Vrije Woord omdat volgens voorzitter Manon Uphoff ‘de veiligheidsrisico’s’ te groot waren. Ja dûh, dacht ik, dat is toch precies de reden dat jullie zijn opgericht? Als iedereen veilig en gezellig kan zeggen wat-ie wil, is zo’n organisatie natuurlijk niet nodig. Ook in de media barstte de kritiek los en een paar dagen later verklaarde PEN-voorzitter Manon Uphoff in het NRC Handelsblad: “Er werd buiten ons om besloten Westergaard uit te nodigen. We wilden betrokken worden bij de beveiliging.”

Lees verder op HP/DeTijd...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten